Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
coronapaniek
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) paniek rond het uitbreken van een coronavirus en/of de maatschappelijke gevolgen ervanToen het eerste besmettingsgeval in Nederland was sloeg de coronapaniek toe.
Etymologie
* Samenstelling van corona en paniek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek