coronavirus
onzijdig (het)/koˈronaˌvirʏs/
Wat is de betekenis van coronavirus?
coronavirus betekent: (medisch), (virussen), (neologisme) benaming voor virussen uit de familie en meer in het bijzonder de onderfamilie
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch), (virussen), (neologisme) benaming voor virussen uit de familie en meer in het bijzonder de onderfamilie
- (pregnant) SARS-CoV-2, het virus dat in 2020 een pandemie veroorzaakte
Voorbeelden van "coronavirus" in een zin
- Het coronavirus is uit patiënten geïsoleerd, het is vermenigvuldigd in celkweken, het materiaal dat daar vanaf kwam is gefiltreerd over een filter waar bacteriën niet doorheen kunnen, maar virussen wel en is dan nog infectieus.
- Op Utrecht Centraal is het ongewoon rustig tijdens de ochtendspits deze vrijdag. Veel mensen geven gehoor aan de oproep zoveel mogelijk thuis te blijven vanwege het coronavirus, maar niet iedereen. Wie zijn de mensen die toch op pad gaan en waarom?
Etymologie
*van Neolatijn "coronavirus" gevormd als , omdat ze bekeken onder de microscoop omringd lijkt door een krans van uitsteeksels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek