corrigeren
/ˌkɔriˈʒerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets ontdoen van fouten of fouten aanduiden, verbeterenDe leraar corrigeerde het eindproefwerk van de leerlingen.
- terechtwijzen, straffenJe moet een hond direct corrigeren als hij niet gehoorzaamt.'Het valt allemaal wel mee', corrigeerde ze zichzelf zonder dat iemand het hoorde.Hij had zijn slaap nodig. 'Mama? ' zei hij slaperig op het moment dat zij genoeg moed had verzameld om haar schoonmoeder verbaal te corrigeren.
Etymologie
*afgeleid van het Franse corriger ( en )
Vertalingen
Engelscorrect, adjust
Franscorriger
Duitskorrigieren
Spaanscorregir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek