corruptie

vrouwelijk (de)/kɔˈrʏpsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrog vanwege oneerlijkheid, omkoping. Corruptie leidt tot privileges aan degene die betaalt en onthoudt deze aan degene die niet betaalt.
    In dat bedrijf vond veel corruptie plaats.
    We hebben de titel 'omkoping en corruptie veranderd in 'omkoping' omdat dat taaltechnisch duidelijker is."
    Veel inwoners van Zimbabwe zijn gefrustreerd over de snel slechter wordende economie, een valutacrisis en corruptie.

Etymologie

*afgeleid van het Franse corruption of daarvoor van het Latijnse 'corruptiō'

Vertalingen

Engelscorruption
Franscorruption
DuitsKorruption
Spaanscorrupción, cohecho
Italiaanscorruzione
Portugeescorrupção
Zweedskorruption
Deenskorruption