corveeër

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die huishoudelijk werk verricht in een kazerne
    Het is heerlijk aan boord. We krijgen wit brood en kaas, en de corveeërs die het eten uitdelen zijn buurjongens van voor de oorlog. Er zijn vijf klasgenoten uit Bandoeng aan boord, ik verplaats me met een troep oude en nieuwe vriendinnen, we zitten liedjes te zingen en te giechelen in een reddingsboot tot een M.P.-er ons er uit jaagt. NRC 12 augustus 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/08/12/ga-je-mee-slot-z-op-internet-7277330-a396240 Ga je mee? (slot); Z op Internet]
    'Scheveningen is een gevangenismachine. Een verschrikking zijn het luikje, waardoor de etensblikken binnengeschoven worden, het schreeuwen der corveeërs, die de voedering verzorgen en de nummers afroepen, de ton, de houten lepel en het houten mes.' Het Parool HANNELOES PEN 3 MEI 2015 [https://www.parool.nl/amsterdam/de-angst-van-paroolmannen-van-het-eerste-uur~a3995951/ De angst van Paroolmannen van het eerste uur]
  2. iemand die aan de beurt is om huishoudelijke karweitjes op te knappen

Etymologie

* afleiding van corvee