cothurne

mannelijk/vrouwelijk (de)/koˈtʏrnə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoge theaterlaars gedragen in de tragedies van het oude Griekse theater
  2. laars gedragen door soldaten of jagers
    Aischylos voerde de tweede acteur in en breidde dientengevolge de dialoog uit. Hij beperkte de koorzangen, hoewel die bij hem nog altijd op de voorgrond treden. Ook de cothurn of toneellaars en de lange gewaden zijn van hem afkomstig.

Etymologie

*via Latijn "cothurnus" van "κόθορνος" (kóthornos)