cowboy

mannelijk (de)/'kɔubɔj/

Wat is de betekenis van cowboy?

cowboy betekent: (beroep), (veeteelt) veedrijver/veehoeder, m.n. in het Midden-Westen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, veeteelt (beroep), (veeteelt) veedrijver/veehoeder, m.n. in het Midden-Westen
  2. figuurlijk (figuurlijk) iemand die zich roekeloos gedraagt, vrijbuiter
  3. sport (sport) wielrenner die zich tegen alles in naar voren werkt in het "peloton" [2]

Voorbeelden van "cowboy" in een zin

  • Het vak van cowboy is fysiek bikkelhard.
  • Dat kun je toch verwachten van dat stelletje cowboys?

Etymologie

* Leenwoord uit het Amerikaans-Engels, in de betekenis van ‘veedrijver’ voor het eerst aangetroffen in 1899

Vertalingen

Engelscowboy
Franscow-boy
DuitsCowboy
Spaansvaquero
Italiaanscowboy
Zweedscowboy