coyote
mannelijk (de)/koˈjotə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , een hondachtige die nauw verwant is aan de wolf () en voorkomt in een gebied dat zich uitstrekt van Alaska tot Midden-Amerika
Etymologie
*via Amerikaans "coyote" of direct via "coyote" van "coyotl", in de betekenis van ‘hondachtige’ aangetroffen vanaf 1912
Vertalingen
Engelscoyote, prairie wolf
Franscoyote
DuitsKojote, Präriewolf
Spaanscoyote
Italiaanscoyote
Portugeescoiote
Russischкойот
Poolskojot
Zweedsprärievarg
Deensprærieulv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek