cravate

vrouwelijk (de)/kra'vɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) lint aan een vaandel waarop bijzondere wapenfeiten van een legeronderdeel staan genoteerd
    Volgens traditie kan de regerende vorst de banieren opsieren met bijzondere wapenfeiten. Deze opschriften kunnen op het doek staan of op een cravate, een lint dat aan het vaandel is bevestigd. Iedere luchtmachtmilitair legt na zijn aanstelling de eed of belofte af op het vaandel.
  2. kleding (kleding) stropdas
    In de 17e eeuw begon de rond de nek geknoopte halsdoek van Kroatische soldaten -de ”Kroaat” (Nederlands) of ”Cravate” (Engels) of ”Krawatte” (Duits)- in de smaak te vallen bij de Europese hoven en in de 18e eeuw was hij een begrip in de modewereld geworden.

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelscravate
Franscravate