crawlen
/ˈkrɔːlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (sport) zwemmen met de crawlslagNicolien Mizee ging op zwemles. "In het water zonk ik van pure ontspanning traag naar de bodem." Aan het eind van de week kon ze drie slagen crawlen.Tijdens mijn tour rond de Egadische eilanden zouden we gemiddeld 5 kilometer per dag zwemmen. En ik trek echt niet regelmatig 200 baantjes in het lokale binnenbad. Maar twee kilometer crawlen in buitenwater lukt wel, en ik rekende er op dat de fabelachtige zwemomgeving mij boven mijzelf zou doen uitstijgen.
- (ov) (internet) doorzoeken van een groot aantal webpagina's door een computerprogrammaDe meeste zoekmachines beoordelen resultaten op trefwoorden, maar Google selecteert informatie in drie stappen: door websites systematisch te doorzoeken (crawlen), op waarde te schatten en te rangschikken.
Etymologie
*Van "crawl". In de betekenis van ‘met bovenarmse zwemslagen zwemmen’ aangetroffen vanaf 1950.
Vertalingen
Engelscrawl, crawl
Franscrawler, crawler
Duitskraulen, kraulen
Spaansbracear, bracear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek