crisissfeer
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkrizɪˌsfer/
Wat is de betekenis van crisissfeer?
crisissfeer betekent: gespannen stemming binnen een groep die een noodsituatie meemaakt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gespannen stemming binnen een groep die een noodsituatie meemaakt
- (politiek) gespannen sfeer wanneer een politiek bestuur zijn steun in de volksvertegenwoordiging dreigt te verliezen
Voorbeelden van "crisissfeer" in een zin
- Angst voor de economische gevolgen van het coronavirus en een extreme daling van de olieprijs zorgden maandag wereldwijd voor een crisissfeer op de beurzen.
- Na een pijnlijke 1-2 thuisnederlaag tegen Vitesse verkeert Ajax in crisissferen. Na het gemis van Europees voetbal, een historisch dieptepunt, is ook de competitiestart dramatisch.
- Er heerst een crisissfeertje in het gemeentelijk bestuur van Ooststellingwerf. Nu raadslid Edwin Meijerhof zich heeft afgesplitst van Ooststellingwerfs Belang weet het college zich nog maar gesteund door 9 van de 21 zetels in de raad.
- Wekenlang heerste er een crisissfeer rond de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, maar het debat over het klimaatakkoord maakte duidelijk dat de rijen weer gesloten zijn.
Etymologie
*, bekend sedert 1921.[https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=crisissfeer&coll=ddd&sortfield=date&identifier=MMKB08:000104441:mpeg21:a0030&resultsidentifier=MMKB08:000104441:mpeg21:a0030 Arnhemsche courant 12-10-1921]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek