crisistijd
mannelijk (de)/'krizɪstɛɪt/
Wat is de betekenis van crisistijd?
crisistijd betekent: periode waarin sprake is van een crisis
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode waarin sprake is van een crisis
- in het bijzonder de grote crisis die begon met de beurskrach van 1929
Voorbeelden van "crisistijd" in een zin
- Oorlogstijd, crisistijd, rantsoentijd en een algemene bevolkingsgezondheid die beter was dan ooit omdat de mensen, de anderen dus, nooit suiker, vet, varkensvlees en absoluut geen ossenhaas binnen konden krijgen.
Veelgestelde vragen over crisistijd
Wat is de betekenis van crisistijd?
crisistijd betekent: periode waarin sprake is van een crisis
Hoeveel betekenissen heeft crisistijd?
crisistijd heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft crisistijd?
crisistijd is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je crisistijd in een zin?
Voorbeeld: “Oorlogstijd, crisistijd, rantsoentijd en een algemene bevolkingsgezondheid die beter was dan ooit omdat de mensen, de anderen dus, nooit suiker, vet, varkensvlees en absoluut geen ossenhaas binnen konden krijgen.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek