crisisvergadering

vrouwelijk (de)/'krizɪsfərɣadərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bijeenkomst in verband met een noodsituatie
    De Belgische koning Filip en koningin Mathilde hebben een bezoek gebracht aan Chaudfontaine. De gemeente ligt ten zuiden van Luik, in een regio waar de Maas en de Vesder buiten hun oevers zijn getreden. Het koninklijk paar woonde een crisisvergadering bij en zei mee te leven met de slachtoffers van de overstromingen.
    De Britse regering is vandaag in crisisberaad bijeen om tot een gecoördineerde aanpak te komen op het gebied van transport van en naar het VK. Ook EU-voorzitter Duitsland heeft een crisisvergadering ingelast.