criticus

mannelijk (de)/ˈkritiˌkʏs/

Wat is de betekenis van criticus?

criticus betekent: iemand die veel kritiek levert

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die veel kritiek levert
  2. beroep (beroep) iemand die beroepsmatig kunst beoordeelt

Voorbeelden van "criticus" in een zin

  • Liberale Russische politicus en Poetin-criticus Boris Nemtsov op straat in Moskou vermoord. [http://www.nu.nl/buitenland/4001435/russische-oud-vicepremier-boris-nemtsov-55-vermoord.html www.nu.nl]
  • Karel van het Reve was een belangrijke literatuurcriticus in Nederland.
  • Ik kon mij voorstellen dat haar poëzie compromisloos experimenteel zou zijn, en van een aantrekkelijke eenzelvige gekte, die in feite een getormenteerde en door geen criticus begrepen verschijningsvorm was van passie die woedde als een uitslaande brand.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘beoordelaar’ voor het eerst aangetroffen in 1698

Vertalingen

Spaanscrítico