croesus
mannelijk (de)/ˈkrezʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitzonderlijk rijk persoonWie was deze Gijsbert de Lengh, gedoopt 28 Aug. 1678, als zoon van Matthijs de Lengh en Lijsbeth Boom? Het antwoord kan kort en krachtig luiden: voor zijn tijd een croesus.Als welvarend koopman-reder en bezitter van vele zeeschepen dreef hij handel met de halve wereld. Zijn vermogen werd op een ton gouds geschat.
Etymologie
*(eponiem) van "Croesus", een legendarisch rijke koning uit de Oudheid
Vertalingen
Spaanscreso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek