croissanterie
vrouwelijk (de)/ˌkrwɑsɑ̃təˈri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- luxe broodjeszaak die ook halvemaanvormiɡe broodjes van bladerdeeɡ verkooptBij de croissanterie geniet een tweetal van een uitgebreide lunch.De filet américain die wij in Nederland kopen is voorgemengd en doorgaans fijner en smeuïger. Volgens een test van het Algemeen Dagblad serveert croissanterie De Snor in Rotterdam het beste klassieke broodje, met rauwe ui.Sinds begin december bakt het Rotterdamse warenhuis Ter Meulen zoete broodjes in de zogenaamde croissanterie op de entresol (tussen de begane grond en eerste verdieping).
Etymologie
*van "croissanterie", op te vatten als afgeleid van "croissant" ; in de betekenis "luxe broodjeszaak" aangetroffen vanaf 1981 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek