crosser
mannelijk (de)/ˈkrɔsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die op een crossfiets of een crossmotor wedstrijden rijdtVeldrijder Pim Ronhaar heeft dinsdagavond de Nacht van Woerden voor junioren op zijn naam gebracht. Het was de derde zege van dit seizoen voor de crosser uit Hellendoorn. Tubantia Roy Schriemer 23-10-18 [https://www.tubantia.nl/sport-regionaal/pim-ronhaar-wint-nacht-van-woerden~a39a1bab/ Pim Ronhaar wint Nacht van Woerden]Coldenhoff, die ook in de zwaarste klasse crost, is aangewezen voor de Open klasse. Vlaanderen, een geboren Zuid-Afrikaan die sinds dit jaar onder de Nederlandse vlag rijdt, is de crosser in de MX2. Tubantia 10-09-18 [https://www.tubantia.nl/andere-sporten/herlings-kopman-van-nederland-in-motorcross-der-naties~a49bc27ec/ Herlings kopman van Nederland in Motorcross der Naties]Van der Poel, crosser in bezit van de belangrijkste Nederlandse wegtrui. Voltooide nog een prima hattrick door na zijn titels in het veld en op de weg ook nog even Nederlands kampioen op de mountainbike te worden. Tubantia Arjan Schouten 12-10-18 [https://www.tubantia.nl/sport/de-tien-mooiste-nederlandse-wielerprestaties-van-2018~a5b8bc8d/ De tien mooiste Nederlandse wielerprestaties van 2018]
Etymologie
* van crossen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek