crossmotor

mannelijk (de)/ˈkrɔsmotɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) speciaal geconstrueerde motorfiets die ook geschikt is voor het rijden over oneffen terrein (off the road)
    Een jaar geleden was hij op een onverharde weg in het bos aan het kamperen toen er ’s nachts een crossmotor recht over zijn tent heen was gereden. Hij had meerdere ribben gebroken en had maanden moeten revalideren.