cruise

mannelijk/vrouwelijk (de)/kruːs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toerisme (toerisme) vakantie op een varend schip met uitgebreide voorzieningen voor de passagiers
    De winnaar wint een cruise voor twee personen in de Caraïben.
    De laatste-kanstoerist houdt zich niet bezig met de klimaatverandering, maar wil wel genieten van wat verdwijnt. Nog één keer die cruise, die gletsjer zien, naar Venetië.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/05/de-paradox-van-het-laatste-kanstoerisme-genieten-van-wat-ten-onder-gaat-a4895608 www.nrc.nl (5 jun 2025)]

Etymologie

* van "cruise", in de betekenis van ‘vakantietocht met schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1953

Vertalingen

Engelscruise
Franscroisière
DuitsKreuzfahrt
Spaanscrucero
Italiaanscrociera