crux
vrouwelijk (de)/'krʏks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onoplosbaar of moeilijk oplosbaar probleem
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kernprobleem’ voor het eerst aangetroffen in 1953
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek