cumul

vrouwelijk (de)/kyˈmyɫ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Vlaanderen) het afleggen van alle vakken van twee academiejaren in één jaar
    Cumul is pas mogelijk indien men in het vorige academiejaar goed gepresteerd heeft.
  2. politiek (Vlaanderen), (politiek) het gelijktijdig vervullen van verscheidene ambten door één persoon
    Een veel gehoorde kritiek op de cumul van politieke functies is de mogelijke belangenverstrengeling.
  3. (Vlaanderen) het gelijktijdig uitoefenen van verscheidene banen of functies door één persoon
    Door zijn cumul van allerlei functies is onze directeur nooit te bereiken.

Etymologie

*Ontleend aan het Franse cumul.