cursusjaar
onzijdig (het)/ˈkʏrzʏsˌjar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) periode van 12 maanden waarbinnen een instelling verschillende reeksen lessen aanbiedtNog geen negenduizend studenten hebben zich aangemeld voor het komende cursusjaar, zo blijkt uit cijfers van de HBO-raad.
- (onderwijs) periode van 12 maanden waarbinnen een samenhangende reeks lessen als deel van een langere opleiding kan worden gevolgdAan het eind van mijn eerste cursusjaar kon ik mijn voor- en achternaam blind typen.Zij is beleidsmedewerker aan het ROC en werkt aan een proefschrift over de resultaten van de opleiding die in het cursusjaar 2001-2002 van start ging.Sinds enige tijd kunnen middelbare scholieren in Nederland anoniem aangeven wat zij vinden van hun leraren. Ze doen dat niet aan het eind van een cursusjaar op een evaluatieformulier dat kan dienen als input voor een functioneringsgesprek, nee, ze kunnen dat doen op elk moment, op een openbare site.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek