cutter

mannelijk (de)/'kʏtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) snijwerktuig
  2. beroep, filmkunst (beroep), (filmkunst) filmtechnicus die beelden knipt en aan elkaar last, filmmonteerder
  3. afkorting (afkorting) cutterzuiger

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snijwerktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1929