cutter
mannelijk (de)/'kʏtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) snijwerktuig
- (beroep), (filmkunst) filmtechnicus die beelden knipt en aan elkaar last, filmmonteerder
- (afkorting) cutterzuiger
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snijwerktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek