Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

cyber

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsɑjbər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) digitale netwerken opgevat als een afzonderlijk terrein voor oorlogsvoering
    Volgens Korsoen is het grootste probleem dat de internationale subsidies voor cyberdefensie worden opgeslokt door logge overheidsinstanties, waar onderbetaalde ambtenaren zitten met weinig kennis van de problematiek. „Laaggekwalificeerde medewerkers die wat rapporten hebben gelezen en jongleren met jargon, maar bij wie fundamentele kennis ontbreekt. Er zijn trainingssessies en ronde tafels met buitenlandse experts, maar die zijn niet erg effectief. Cyber is een modewoord geworden waar politici goede sier mee maken”, zegt hij geërgerd.
    „Goede afschrikking”, zegt Vijver, „draait om zichtbare, geloofwaardige en offensieve capaciteit. Verdediging op zichzelf is geen afschrikking. Er zijn niet voor niets militaire parades op het Rode Plein of de Champs-Élysées. Zoiets zou op het gebied van cyber ook moeten.”
  2. persoon, muziek (persoon) (muziek) iemand die behoort tot de cybergothic, liefhebbers van gothic rockmuziek, die een meer futuristische en fetisjistische invulling geven aan de sombere theatrale stijl daarvan
    De cyber geeft de voorkeur aan snelle, techno-dansritmes die nuttig zijn voor zijn choreografie. Vooral bands uit de genres Hellelectro en Aggrotech zijn populair.

Etymologie

*[2] (verkorting) van "cybergothic", een binnen de gothic rockmuziek, aanvankelijk zo genoemd omdat ze eind 20e eeuw onderlinge contacten opbouwden via het internet, toen dat nog niet zo gangbaar was