cycloon
mannelijk (de)/si'klon/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) een lagedrukgebied
- een tropische wervelstormIn de tropen komen veel cyclonen voor.
- een toestel gebruikt om een mengsel van materialen te scheiden op basis van dichtheid
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘wervelstorm’ voor het eerst aangetroffen in 1863
Vertalingen
Engelscyclone
Franscyclone
DuitsWirbelwind
Spaansciclón
Italiaansciclone
Portugeesciclone
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek