cynicus
mannelijk (de)/ˈsinikʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (filosofie) aanhanger van de opvattingen van Antisthenes en zijn volgelingen, dat mensen zich niets moeten verbeelden
- iemand die nadrukkelijk laat zien niet te geloven in goede bedoelingen en het streven naar idealen
Etymologie
*via Latijn "Cynicus" van κυνικός (kunikós) "aanhanger van de filosofie van Antisthenes", een wijsgeer die zijn opvattingen verkondigde in een galerij die Κυνόσαργες (kunósarges) heette
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek