Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

daadzaak

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) feit, iets feitelijks
    Die eed kan alleen worden opgedragen omtrent een daadzaak welke persoonlijk zoude zijn verricht.Burgerlijk Wetboek, a. 1968

Etymologie

* Letterlijke vertaling van het Duitse Tatsache