daag

/daːx/

Wat is de betekenis van daag?

daag betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dagen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dagen
  2. gebiedende wijs van dagen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dagen

Voorbeelden van "daag" in een zin

  • Ik daag.
  • Daag!
  • Daag je?