daag
/daːx/
Wat is de betekenis van daag?
daag betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dagen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dagen
- gebiedende wijs van dagen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dagen
Voorbeelden van "daag" in een zin
- Ik daag.
- Daag!
- Daag je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek