daarvoor

Betekenis

bijwoord
  1. aanwijzend veraf: voor + dat, voor + die
    Ik zag het schilderij met daarvoor een bankje waarop je kon zitten om het rustiger te kunnen bestuderen.
  2. voor dit doel, voor deze reden
    Daarvoor krijgt hij gevangenisstraf.
    Wellicht was leeghoofd een meer waarheidsgetrouwe term. Maar ze wilde haar niet zo typeren, daarvoor was ze gewoonweg een te aardig mens.
  3. voor deze tijd
    Sinds 1813 is Nederland een koninkrijk. Daarvoor was het een republiek.
    Aanvankelijk had ik geaarzeld, allereerst omdat ik nog steeds bezig was in mijn boek van Muriel Spark, een verzameling korte verhalen en hoorspelen die zes jaar daarvoor was uitgegeven.
    De week daarvoor zijn drie jongens gered uit de zee bij Callantsoog.