dabberen
/ˈdɑbərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) wroetende of stampende beweging maken op een onvaste bodemUit het slijk steken roestige skeletten van vliegtuigen, waarin en waaromheen modderige kinderen spelen. Op sommige plaatsen staan grote plassen water waar de kleinsten in rond dabberen.Doch, Argus, 't is vergeefs in al dit vuil te dabberen.
- (inerg) praten, spreken, bidden
Etymologie
*[2] via "דבר" (dabber) van (dibeer), vergelijk: dibberen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek