dada

alle geslachten/ˈdada/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst) Europese beweging in beeldende kunst, toneel en dichtkunst die zich na de Eerste Wereldoorlog afzette tegen alle culturele conventies van die tijd

Etymologie

*van "dada" "stokpaardje"; op 8 februari 1916 in Zürich als benaming gekozen door de beeldend kunstenaar en de dichters en door op een willekeurige plek in een woordenboek te kijken