dagboek
onzijdig (het)/ˈdɑɣbuk/
Wat is de betekenis van dagboek?
dagboek betekent: een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft
Voorbeelden van "dagboek" in een zin
- Het dagboek van Anne Frank is wereldberoemd geworden.
- Owen is dood, ik heb alleen zijn papieren nog, een soort aan niemand gericht dagboek. {{Aut|Harstad, Johan
- Kierkegaard hield wel van een geheim, een verborgen boodschap, net zoals de jongeman in het “Het dagboek van een verleider" die het geheim als een middel van verleiding gebruikt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘aantekeningen van dagelijkse gebeurtenissen’ voor het eerst aangetroffen in 1621
Vertalingen
Engelsdiary
DuitsTagebuch
Spaansdiario
Portugeesdiário
Deensdagbog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek