dagboek
Wat is de betekenis van dagboek?
dagboek betekent: een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft
Betekenis
- een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft
Voorbeelden van "dagboek" in een zin
- Het dagboek van Anne Frank is wereldberoemd geworden.
- Owen is dood, ik heb alleen zijn papieren nog, een soort aan niemand gericht dagboek. {{Aut|Harstad, Johan
- Kierkegaard hield wel van een geheim, een verborgen boodschap, net zoals de jongeman in het “Het dagboek van een verleider" die het geheim als een middel van verleiding gebruikt.
Betekenis en uitleg van dagboek
Een dagboek is een persoonlijk schrift waarin je je gedachten, gevoelens en dagelijkse ervaringen opschrijft. Het is een intieme plek waar je je emoties kunt uiten en reflecteren op de gebeurtenissen van de dag.
Dagboeken worden vaak gebruikt als een middel voor zelfreflectie en creativiteit. Mensen schrijven in hun dagboek om stress te verlichten, herinneringen vast te leggen of simpelweg om hun gedachten op een rijtje te zetten. Het kan in verschillende vormen komen, van eenvoudige notities tot uitgebreide verhalen, afhankelijk van de voorkeur van de schrijver.
Voorbeelden
- Na een lange dag op het werk schreef ik in mijn dagboek over de uitdagingen die ik had ervaren.
- Ze besloot haar emoties op te schrijven in haar dagboek om beter met haar gevoelens om te gaan.
- In het dagboek van mijn grootmoeder vond ik prachtige verhalen over haar jeugd en de oorlog.
Woordoorsprong
Het woord 'dagboek' is samengesteld uit 'dag', verwijzend naar een tijdseenheid, en 'boek', dat een geschreven verzameling van informatie aanduidt. Het suggereert een boek waarin dagelijkse gebeurtenissen worden vastgelegd.
Veelgestelde vragen over dagboek
Wat is de betekenis van dagboek?
dagboek betekent: een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft
Welk woordgeslacht heeft dagboek?
dagboek is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je dagboek in een zin?
Voorbeeld: “Het dagboek van Anne Frank is wereldberoemd geworden.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘aantekeningen van dagelijkse gebeurtenissen’ voor het eerst aangetroffen in 1621