dagcursus

mannelijk (de)/ˈdɑxkʏrzʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) opleiding of reeks lessen die overdag kan worden gevolgd
    Zijn energie is onuitputtelijk en een dagcursus alleen voldoet hem niet, hij volgt daarom bovendien een avondcursus aan de School voor Kunsten en Ambachten in Brussel.
  2. onderwijs (onderwijs) opleiding die in één dag kan worden gevolgd
    "Daarom voeren we een verplichte cursus van een dag in: met accountants en gedragswetenschappers.”- Hoe weet en meet je of zo’n dagcursus effectief is?„Daar heb je geen objectief meetinstrument voor, behalve of er straks minder zaken in de krant staan waarbij dingen misgaan.”