woorden
boek
Start
›
D
›
daghandel
daghandel
mannelijk (de)
/'dɑxhɑndəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het op dezelfde dag kopen en verkopen van iets (met name van effecten)
Verwante woorden
daghandelaar
daghit
daghitje
daghitten
daghospitaal
daghulp
daghulpen
daghuren
daghuur
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← daggrafiek
daghandelaar →