dakluik

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een valluik dat toegang geeft tot platte daken
    Twee dakluiken van een rondvaartboot belandden woensdagavond in de gracht nadat de boot De Museumbrug op de grens van Zuid en Centrum raakte. Het Parool 19 OKTOBER 2017 [https://www.parool.nl/amsterdam/dakluiken-rondvaartboot-in-water-na-aanvaring-museumbrug~a4522496/ Dakluiken rondvaartboot in water na aanvaring Museumbrug]
    Het open dakluik van de 'kluiskamer' van Ibn Ghaldoun. Het luik op het schooldak waardoor de scholieren de eindexamens hebben weten te bemachtigen, bleek niet te zijn afgesloten. Het was echter wel de toegang tot de 'afgesloten' kluiskamer van Ibn Ghaldoun waar alle eindexamens lagen. Het Parool 28 JANUARI 2014 [https://www.parool.nl/binnenland/dakluik-van-kluiskamer-ibn-ghaldoun-was-niet-afgesloten~a3585268/ Dakluik van kluiskamer Ibn Ghaldoun was niet afgesloten]

Vertalingen

Engelsroof hatch, roof shutter