dakwerk
onzijdig (het)/ˈdɑkwɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geheel van onderdelen die samen het dak van een gebouw vormenReeds waren de ribben, kepers, nokken en verder dakwerk weggebrand, en droop het gesmolten lood van de dakgoten; (…)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek