dalang
mannelijk (de)/ˈdalɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kunst) poppenspeler die een wajangvoorstelling verzorgtOnzichtbaar voor het publiek, achter het doek zat de dalang met gekruiste benen op zijn matje. Hij bewoog de poppen en hij leende hun zijn stem.
Etymologie
*van "dalang"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek