damiaatjes

meervoud

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. 2 kerkklokken van de Oude St.-Bavokerk te Haarlem
    Alle andere avonden, na de teekenles, verzelde hij meester Juulsen naar zijn huis, onderwijl de Damiaatjes hoog in de frissche lucht hun klippe klip lieten klinken weêr; beklom met hem de steile, wiegelende trap naar het ateljee, waar op de bovenste trede de blaker blonk met het lichtje.

Etymologie

*Afleiding van Damiate een stad in Egyote