dansorgel
onzijdig (het)/'dɑnsɔrɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een orgel dat vroeger in danszalen of balzalen stondWie kan iets vertellen over het orchestrion dat tot 1940 in het Oldenzaalse hotel De Zon stond? De Almelose elektrotechnicus Willy van der Reijden (70) redde het enorme dansorgel van de ondergang. Tubantia 11-03-06 [https://www.tubantia.nl/almelo/wie-herinnert-zich-het-dansorgel-van-de-zon~abeea977/ Wie herinnert zich het dansorgel van De Zon?]Voor de goede orde: we kennen in ons land het grote straatdraaiorgel, dat ook bekendstaat als pierement. Het kermisorgel en het dansorgel zijn varianten van eerstgenoemde. Hoewel je in Noord-Nederland veelal kermisorgels in de straat aantreft, zijn ze in het zuiden des lands weer gekker op het dansorgel. De Telegraaf GUUS LIEKAMM 09 nov. 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1241624/verslingerd-aan-abraham Verslingerd aan Abraham]Carillonklokken, speeldozen, pianola*s, orchestrions, straat-, kermis- en dansorgels. Deze en nog veel meer vrolijke zelfspelende muziekinstrumenten staan te pronken in Museum Speelklok. De Telegraaf 27 feb. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/992617/vrolijke-noot Vrolijke noot]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek