darm

mannelijk (de)/ˈdɑrᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) onderdeel van het spijsverteringsstelsel tussen de maag en de anus
    De 12-vingerige darm, de dunne darm en en dikke darm zijn de belangrijkste onderdelen van het spijsverteringskanaal.
  2. (België) rubber slangetje aan de kraan, buis

Etymologie

* In de betekenis van ‘spijsverteringskanaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsintestine
Fransintestin
DuitsDarm
Spaansintestino
Italiaansintestino
Turksbağırsak
Poolsjelito