dashboard

onzijdig (het)/ˈdɛʃbɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. paneel met instrumenten waarmee een voertuig of installatie kan worden bestuurd of bediend
    Dan heeft deze auto ook nog het Style+ pakket (€426) dat bestaat uit chromen sierlijsten, vermoeidheidsherkenning, chromen sierlijsten op de portieren, gekleurde panelen in het dashboard en het dak én de voorste raamstijl en de spiegelkappen in een afwijkende kleur.

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘instrumentenpaneel in auto e.d.’ voor het eerst aangetroffen in 1937

Vertalingen

Engelsdashboard
Franstableau de bord
DuitsArmaturenbrett
Spaanstablero de mandos
Poolsdeska rozdzielcza
Zweedsinstrumentbräda