dassen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) informele groep van marterachtige zoogdierenTot deze groep behoren zo'n 10 soorten in 6 geslachten, die meestal in vier onderfamilies worden ingedeeld: de Taxidiinae (met één soort, de zilverdas uit Noord-Amerika), de Melinae (de 8 soorten Euraziatische dassen, waaronder de Europese das), de Helictidinae met de zonnedassen uit zuidoost Azië en de Mellivorinae (met één nog levende soort, de honingdas uit Afrika en Zuidwest-Azië)
Etymologie
*"das" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek