datief

mannelijk (de)/ˈdatif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grammatica (grammatica) derde van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen, voor een meewerkend voorwerp. Voorbeeld: De datief van ik is mij of me: Je geeft mij/me een boek

Etymologie

**: in de betekenis van ‘derde naamval’ voor het eerst aangetroffen in 1633

Vertalingen

Engelsdative case
Fransdatif
DuitsDativ
Spaansdativo
Russischдательный, дательная, дательное
Poolscelownik
Zweedsdativ