daver
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) (het) beven, schok, schrik, rilling
Etymologie
*Ontleend aan het Vlaams
Uitdrukkingen
- den daver op het lijf jagen — schrik aanjagen, iemand heel bang maken
- de daver op het lijf hebben — erg bang zijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek