Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
davids struikzanger
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie van de . Deze soort komt voor van het zuidelijke deel van Centraal-Siberië tot centraal China en telt 2 ondersoorten
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek