Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

debbelen

/ˈdɛbələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, spreektaal (ov) (spreektaal) door herhaald aanraken bederven
  2. erga, spreektaal, pejoratief (erga) (spreektaal) (pejoratief) zitten peuteren, zitten kauwen

Etymologie

*(freqtt) debben "tekortschieten" of dabben "wroeten"