debiel
mannelijk (de)/dəˈbil/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) iemand die min of meer zwakzinnig isVroeger werd iemand met een IQ tussen 50 en 75 bestempeld als een debiel.
- (scheldwoord) bespottelijk iemand, halve gare, "idioot"Die debiel maakt zichzelf belachelijk door te denken dat hij grappig is.Kamerleden van de PVV schamen zich rot voor kandidaten van hun eigen partij voor de gemeenteraadsverkiezingen: “Er melden zich de grootste debielen aan voor de PVV-klasjes. De minst erge springen er dan positief uit. Maar het blijven debielen”, zegt een niet bij naam genoemd Kamerlid. [https://www.telegraaf.nl/telegraaf-i/7bX www.telegraaf.nl]
Etymologie
*van "débile", in de betekenis van ‘zwakzinnig’ aangetroffen vanaf 1650
Vertalingen
Engelsdebile, moron, moron
Fransdébile, débile, débile
DuitsSchwachsinniger, Schwachsinniger, debil
Spaansdébil mental, morón, débil mental
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek