decadent

mannelijk (de)/ˌdekaˈdɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst) kunstenaar wiens werk verschijnselen van een tijdperk van verval vertoont
  2. ontaard, verworden, in verval
    De decadente burgers gooiden de restjes van de maaltijd naar de hongerige mensen.
  3. zeer verfijnd, maar innerlijk krachteloos
    Het is een overtuiging waarin empathie als zwakte wordt gezien, democratie als decadent, en vooruitgang draait om technologische versnelling — zonder rem of moreel kompas. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/22/de-elf-geboden-van-radicaal-rechts-a4890769 www.nrc.nl (22 apr 2025)]
  4. duur maar smakeloos

Etymologie

*van "décadent" ‘in verval’, in de betekenis van ‘ontaard’ aangetroffen vanaf 1929

Vertalingen

Engelsdecadent
Spaansdecadente