decent
de'sɛnt
Wat is de betekenis van decent?
decent betekent: netjes, fatsoenlijk, eerbaar, keurig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- netjes, fatsoenlijk, eerbaar, keurig
Voorbeelden van "decent" in een zin
- Het meisje moest toen ze naar de kerk ging decente kleiding aantrekken van haar ouders.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eerbaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek