decibel
mannelijk (de)/ˈdesiˌbɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde), (eenheid) eenheid met een logaritmische schaal voor geluidsintensiteit
Etymologie
* afgeleid van het (eponiem) bel , in de betekenis van ‘verhoudingsmaat voor m.n. geluid’ voor het eerst aangetroffen in 1938
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek